Karategeschiedenis

Elke cultuur, waar ook ter wereld heeft teneinde zich te kunnen verdedigen krijgskunsten ontwikkeld. Waarom dan net de Oosterse krijgskunsten zo verfijnd werden en in de eenentwintigste eeuw over de hele wereld beoefend worden, wordt duidelijker als we het fenomeen in zijn historische context plaatsen. Doorheen de geschiedenis werden overal wapens ontwikkeld, waardoor met de komst van vuurwapens, het ongewapende gevecht steeds minder belangrijk werd bij militaire confrontaties. In het oosten daarentegen, lagen enkele politieke beslissingen, zoals een algemeen wapenverbod voor burgers in Okinawa, en het feit dat Chinese monniken vanwege hun religie geen wapens mochten dragen mee aan de basis van het uitbouwen van het ongewapend vechten.

Volgens de legende is India de bakermat van de krijgskunsten. Een boeddhistische monnik genaamd Daruma, trok van India naar China over het Himalayagebergte om er in de Shaolintempel zijn leer te onderrichten. Hier begon hij les te geven in zijn filosofie van fysieke en psychische conditionering. Oude geschriften tonen aan dat zijn leer voorzag in oefeningen om de fysieke conditie te verbeteren. Daarbij werd het gedrag van vechtende dieren geïmiteerd. Deze Daruma werd in China Tamo en in Japan Bodhidharma genoemd, en word algemeen aanzien als de grondlegger van het Zen-boedhisme.

Door de eeuwen heen hebben deze oefeningen zich ontwikkeld tot wat nu bekend is onder de naam Chuan fa, of het in het westen beter gekend als Kung fu. Samen met het Boedhisme verspreidde de vechtkunst zich over heel China. Van streek tot streek, en van leraar op leerling ontstonden variaties en zo werden verschillende stijlen gecreëerd. In de zuidelijke provincie Fujian keek een jong meisje,Fang Qiniang genaamd, naar twee vechtende kraanvogels. Gefascineerd door de sierlijke en efficiënte manier van vechten besloot ze om hun bewegingen te integreren in haar vechtstijl. Dit was de geboorte van het White crane kung fu.

kaart okinawa

Gezien de geografische ligging van Okinawa, een eiland ten oosten van de provincie Fujian, hoeft het niet te verbazen dat hun manier van vechten behoorlijk door het White crane kung fu werd beïnvloed. Tijdens de handelsmissies naar China maakten de Okinawaanse zeelui kennis met de Chinese verdedigingskunst en voegden dit toe aan hun inheemse vechtmethodes. De ontwikkeling van deze vechtkunst, “Ti” genaamd, kwam in een stroomversnelling nadat de plaatselijke heerser,koning Sho een algemeen wapenverbod afkondigde. In 1392 sloot China een handelsovereenkomst met Okinawa en een Chinese delegatie van 36 families vestigde zich permanent op het eilandje Kumé. Daar werden enkele Okinawaanse ordehandhavers ingewijd in de Chinese krijgskunsten. In 1609 werd Okinawa bezet door de Japanse Satsuma-clan en werd een tweede wapenverbod van kracht. Sindsdien werd “Ti” er enkel nog in het geheim beoefend. Ook de overlevering gebeurde in het geheim en geschreven bronnen zijn er dus niet. Bij aanvang van de 18e eeuw werd een Okinawaans vertaler-tolk naar China gestuurd. Deze man, Chatan Yara genaamd, verbleef er twaalf jaar en bekwaamde zich er in de krijgskunst .Bij zijn terugkeer in Okinawa kreeg hij er een betrekking aan het paleis en verzorgde er de opleiding van Koninklijke garde.

Een van zijn leerlingen was Takahara Pechin ,volgens karatehistoricus Hokama Tetsuhiro, de leraar van Tode Sakugawa, die later naar China zou reizen en de grondlegger werd van wat later karate zou gaan heten. Zijn opvolger,Sokon Matsumura werd door de koninklijke familie eveneens naar China gestuurd , bij zijn terugkeer werd zijn stijl genoemd naar de stad waar hij verbleef nl “Shuri-te”. Matsumura werd beloond voor zijn verdienste met de titel Buchi, het Okinawaans equivalent van de Japanse samurai.

Sokon Matsumura

Sokon Matsumura

 

Anko Itosu (1830-1915)

Was de rechtstreekse leerling van “Buchi” Marsumura. Itosu bracht “Ti” in de openbaarheid ,nadat het eeuwenlang in een sluier van geheimzinnigheid was gehuld. Hij schreef een duidelijk leerplan uit en slaagde erin het karate het Okinawaans schoolsysteem binnen te loodsen. In die dagen vierde het militarisme hoogtij in Japan en trainingen werden op een militaire leest geschoeid. Aangenomen word dat hij de Pinan- kata heeft samengesteld.

Anko Itosu

 

Kanryo Higaonna (1853-1915)

Bekwaamde zich in de krijgskunst in China, ondermeer bij de Kojo- familie maar vooral bij de legendarische Ryu ru ko . Deze White crane-expert was van enorme invloed op het Okinaawaans karate. In tegenstelling tot veel van zijn voorgangers, bestudeerde hij de zuidelijke stijlen, in Fujian en word dan ook algemeen aanvaard als de grondlegger van het “Naha-te”. Naha is de grote havenstad van Okinawa, waar vele Chinezen verbleven.

Kanryo Higaonna

 

Miyagi Chojun (1888-1953)

Stichter van de Goju-ryu-stijl. Begon de studie van het Naha-te onder Kanryo Higaonna in 1915.Later ging ook hij naar Fujian in China om zich er te vervolmaken. In 1936 nam hij het initiatief om de verschillende “Ti”stijlen gezamenlijk “Karate” te gaan noemen, wat toen letterlijk “Hand uit China”betekende, later werd onder druk van het Japans nationalisme de Kanji (Japanse letter) veranderd in “Lege hand”. In het klassieke Goju-ryu zijn de invloeden van het white-crane kung fu nog steeds duidelijk merkbaar.

Miyagi Chojun

 

Mabuni Kenwa (1889-1952)

Rechtstreekse afstammeling van een historisch Okinawaans krijger, Ufugusuku genaamd. Het familiewapen van deze adelijke familie is nog steeds het logo van het Shito-ryu karate en de Goju-ryu tak van Hokama Tetsuhiro die tot dezelfde familie behoren. Dit is de rode cirkel in het Ronin-karate embleem. Mabuni Kenwa studeerde eerst Shurite onder Anko Itosu en later Nahate onder Kanryo Higaonna, zijn zoektocht bracht hem bij bijna elke meester van zijn tijd. Later emigreerde hij naar Osaka waar hij de nieuwe school “Shito-ryu” doopte.

Mabuni Kenwa
Copyright Ronin Karate 2010 - Kpot Webdesign